http://dekleuver.blogspot.com

http://dekleuver.blogspot.com

Sinterklaas

Nicolaos
Ergens op een plekje van de wereld, in het Oostromeinse rijk, om precies te zijn in Patara, in de provincie Lycia in het huidige Turkije, wordt in de derde eeuw tussen het jaar 250 en 270, vermoedelijk rond 255, een jongetje geboren in een welgesteld patriciërsgezin. Zijn vader heette Epiphanes en zijn moeder Johanna.
Hij krijgt van zijn ouders de naam Nicolaos.
Vanaf zijn geboorte is zijn leven omgeven door wonderen en wonderlijke voorvallen. Hij veroorzaakt zelfs wonderen. Om te beginnen: onze Nico nam op de vastgestelde vastendagen genoegen met slechts één borst. Moet je nu eens mee komen in onze onverzadigbare cultuur van nooit genoeg!
Boze tongen overigens beweren dat Nico op vastendagen helemaal de borst weigerde, maar je moet een wonder toch een klein beetje de geur van geloofwaardigheid laten behouden anders gelooft niemand meer het wonder.
Als pasgeborene ging hij bij zijn eerste bad rechtop staan, naar men meent om God te danken.
Nu was staan in die tijd een veel gebezigde houding; in kerken stonden we ook, zelfs tot ver na de middeleeuwen. Er zijn tot op de dag van vandaag nog kerken, ook in Nederland -en ik noem bijvoorbeeld Janum in Frl- waarin nog nooit kerkbanken hebben gezeten.

Wonderen
Nicolaos verloor zijn ouders toen hij nog vrij jong was. Daarbij erfde hij een behoorlijk fortuin en daarmee wordt de basis gelegd voor het aura van vrijgevigheid waarmee hij wordt omgeven. Daarover straks meer. Hoe het ook zij: hij vestigde zich om niet meer te achterhalen redenen in Myra.

Eerst nog maar een paar wonderen: Onze Niek ging op pelgrimsreis. Naar Jeruzalem, en wel per schip. Nou stormde het in die tijd ook wel eens, en de reizen werden riskanter naar de mate van de seizoen-stormen. Vlak voor en kort na het stormseizoen was het reizen riskanter en voor reizigers vaak ook goedkoper; de daluren. Maar ook buiten het seizoen kon het aardig spoken op de Middellandse zee. Nicolaas ging dus per schip naar Jeruzalem en zowaar: het begon te stormen. Een van de matrozen viel uit de mast op het dek te pletter! Morsdood natuurlijk.
Ja, wat doe je dan als kapitein met zo’n lijk? Aan de kant schuiven als tie in de weg ligt, want het één-twee-drie-in-godsnaam kenden ze toen nog niet. Maar allereerst er voor zorgen dat je schip niet verandert in een bouwpakket waarvan je de stukken vanaf diverse stranden bij elkaar moet rapen.
Toen de storm was gaan liggen en iedereen een beetje bekomen was van alle stress werd de algemene toestand opgenomen: op één na waren er geen slachtoffers. Nou keek men in die dagen niet op een slachtoffertje meer of minder, maar het was toch wel beroerd omdat nu de overigen het werk van deze dode matroos moesten overnemen. Maar ziedaar, onze Nico: op zijn woord stond de matroos op! Springlevend. De rest van het scheepsvolk geraakte in een verpletterende verbazing.
Of Nicolaas werkelijk in staat was geweest om doden tot leven te wekken is niet zo belangrijk; je gelooft in Sinterklaas of je gelooft er niet in. Ook zijn verhalen bekend van verschijningen tijdens zijn leven, met name aan zeelui die in nood verkeren en hem aanroepen. Ze worden uit stormen en ander ontij gered door Nicolaos. Dat anderen hun leven te danken hebben aan Sinterklaas geeft natuurlijk voedsel aan sterke verhalen over het tot leven wekken van doden.
Badkuiplegende
Een legende die met een badkuip te maken heeft is de legende van het kind in het kokende water. Daar zijn verschillende variaties van bekend, maar het komt er op neer dat een moeder haar kind in bad doet. En omdat het water gewoonlijk koud wordt zet ze de badkuip op het vuur, zodat het water warm blijft. Ze vergeet het kind. Het water wordt warmer en warmer en geraakt aan de kook. Dan verschijnt Nicolaas als redder van het kind. In de ene legende is het kind ondanks het hete water maar dank zij Nicolaas ongedeerd gebleven, in een andere legende wekt hij het overleden kind tot leven. Omdat hij niet alleen het kind redt, maar ook omdat hij beschermt tegen vuur is St Nicolaas beschermheilige van de Parijse brandweer.
Deze badkuiplegende is nou juist zo aardig omdat er nog steeds afbeeldingen van te zien zijn in Franse en Belgische kerken. Een ervan is te zien aan de gewelfsleutel van de St Sulpitiuskerk te Diest, gemaakt door Arnold Dreyers in 1444. Deze en andere legenden zij beschreven door de Anglo-Normandische dichter Robert Wace in de twaalfde eeuw.
Schipbreuk Schepelingen werden behoed van schipbreuk door aanroepen van de heilige Nicolaos. Vandaar dat hij de beschermheer van de zeevarenden is geworden. Met name in steden die nauw verbonden waren aan de scheepvaart, zoals Dordrecht, kenden en kennen Nicolaaskerken of een Nicolaashuis.  

Bisschop Zijn leven was doortrokken van godsvrucht, en zonder dat er bij Nicolaos ambities voor een geestelijk ambt zijn gebleken is hij toch bisschop geworden van Myra, zijn woonplaats. Als bisschop heeft hij bijzondere verrichtingen op zijn naam staan.Redding van executie en van de dood
Hij heeft zijn bisschoppelijk gezag meer dan eens aangewend om ter dood veroordeelden van de executie te redden. En ook deze daden zijn natuurlijk weer met wonderen omgeven: hij deed dat zelfs na zijn eigen dood. Geen wonder dat iemand met zoveel levenskracht zelfs vandaag de dag nog leeft! Alle reden dus om in Sinterklaas te blijven geloven. De legenden beschrijven reddingen van ter dood veroordeelden door verschijningen van Nicolaos tijdens zijn leven en na zijn dood.
Zo’n verschijning moet u ziens als de ontmoeting van de bisschop door een scheepsbemanning op zee tijdens een geweldig noodweer, terwijl ze bij het binnenlopen van de haven dezelfde bisschop weer tegenkomen.
 Honger

Tijdens een periode van honger heeft hij van schepen met voedsel voor de keizer een deel van de lading laten lossen om de stad van voedsel te voorzien, met de belofte dat de (uitgtelde en afgewogen) hoeveelheid voedsel bij aankomst op de bestemming door de autoriteiten als voldoende zou worden aangemerkt. Het ging wel om een hoeveelheid waar je een stad een tijdlang van kon laten eten! De vrachtvaarders hebben in grote spanning het lossen van de vracht beleefd, maar er bleek genoeg! Je ziet paralellen met de wonderbaarlijke spijzigingen door Jezus, en de olie van de weduwe van Sarfat.

Concilie

Tijdens het leven van Nicolaos werd het concilie van Nicea gehouden en dit concilie zou door hem bijgewoond zijn. De oudste registers echter vermelden zijn naam niet; pas nadat de verering goed op gang gekomen was treffen we zijn naam in presentielijsten van de conciliedeelnemers aan.
Hij kreeg het volgens de overleveringen aan de stok met Arius, die een valse leer verkondigde. Nicolaas ging deze valse profeet te lijf en werd daarvoor gestraft en in de gevangenis gezet, ontdaan van zijn bisschoppelijk habijt en hij werd meteen geknipt en geschoren: zijn baard, teken van waardigheid, ging eraf. De volgende dag werd hij door de bewakers waargenomen in zijn bisschoppelijk gewaad en z’n baard was er weer aangegroeid! De leer van Arius is verworpen tot op de huidige dag, zowel door protestanden als door Rooms-, Oud-, en naar ik meen Grieks Katholieken.

 

  Sinterklaas dans nederlands JacobusdeVorigine

Bron

Hoe weten we eigenlijk van alles over Sinterklaas. Veel informatie danken we aan Jakobus de Vorigine, geestelijke, prior van het Dominikanerklooster in Genua en later aartsbisschop.
Hij introduceerde een nieuw literair genre door op eigen wijze de heiligenlegenden te beschrijven. De Legenda Sanctorum werd liefkozend genoemd: Legenda Aurea, Gouden Legende. Op creatieve wijze maakte hij een compilatie van bestaande beschrijvingen. Behalve psychologen vindt iedereen dat eigenlijk een soort plagiaat. Er is wat dat betreft niets nieuws onder de zon.
Hij beschreef heiligen in categorieën, en een van die categorieën was de groep martelaren, maagden en belijders. Geen echte heiligen in de zin van heiligverklaarde gelovigen. Geen goedheiligman dus.

Het lied, Sinterklaas Goedheiligman, is dan ook een verbastering van: Sinterklaas goed-huwelijks man. Hij was ook de patroon van de trouwlustige en jonge meisjes en werd aan geroepen door meisjes die geen vrijer vonden. In 1730 werd in Amsterdam een tekst in dat verband opgetekend. En in sommige kerken was het in het verleden gebruik om een arm meisje op 6 december uit te huwelijken en van een bruidsschat te voorzien. Vanwaar de link met huwelijken.
Legende van de drie meisjes

Nicolaas was welgesteld en kon dus gemakkelijk gul zijn. Dat is natuurlijk een aspect dat niet onderbelicht mag blijven. Hij was niet onbemiddeld want zijn ouders waren welgestelde patriciërs. En de erfenis was om je vingers bij af te likken, daar kon je wel een stoomboot voor kopen!
In zijn geboorteplaats woonde een verarmde edelman die drie dochters had. Om dochters te kunnen uithuwelijken heb je geld nodig, en dat ontbrak stelselmatig op de bankrekening van deze edelman. Zelfs de verarmde adel is niet te redden met een verlaagd rentepercentage voor kopen-op-de-pof bij de postorderbedrijven en leningen bij de gemeentelijke kredietbank.
Heb je dochters en wil je dat ze fatsoenlijk onder de pannen geraken dan heb je op z’n minst twee dingen nodig: allereerst een goede reputatie. En een zak geld voor de bruidsschat. Geld had hij niet en zijn reputatie had hij ook in de uitverkoop.
Die dochters geraakten op huwbare leeftijd. Zo gaat dat met dochters. Geen bruidsschat dus. Voordat er ook maar één huwelijkskandidaat een heel klein beetje in zicht kwam overwoog de edelman het onedele voorstel om met de edele delen van die dochters in het levensonderhoud te voorzien van hemzelf en de dochters. Dus door de uitoefening van het oudste beroep van de wereld. Daar gaat je reputatie.
Toen Nicolaas daarvan hoorde werd hij heel boos. En verdrietig. En hij besloot maatregelen te nemen.
De edelman bemerkte op een ochtend, tot zijn stomme verbazing en tot uitzinnige vreugde, dat er geld door het raam was gestrooid. Of was het een klompje goud. Wie doet nou zo iets? Er werd meteen getrouwd! Zo ging dat in die tijd. Korte tijd later gebeurde hetzelfde nog een keer.
De arme edelman nam zich voor om te achterhalen wie deze gulle gever wel was. Hij zorgde dat ie wakker bleef in de volgende nachten. Heeft u dat wel eens geprobeerd, de hele nacht wakker blijven om iemand te achterhalen waarvan je niet weet of en wanneer hij nog eens iets naar binnen zou gooien. Als er vandaag de dag gestrooid wordt in de huiskamer blijkt nog steeds dat we niet hebben kunnen zien wie er gestrooid heeft. Maar we weten natuurlijk wel dat het Zwarte Piet is geweest.
De derde keer, tevens de laatste keer, wierp Nicolaos, want hij was natuurlijk de gulle gever, twéé klompjes goud, of dubbel zoveel geld. De niet meer zo heel arme edelman was natuurlijk toch in slaap gesukkeld, de sukkel, maar hij had de kleren nog aan en stoof als een haas naar buiten en hij achterhaalde zowaar Nicolaos. Nicolaos gaf toe dat hij de gulle gever was, maar bezwoer de man om het voorval voor zich te houden. Tot Nicolaos dood heeft de edelman zich daaraan gehouden.
 

stnicomyra dans Sinterklaas 

Dood

Na zijn dood werd Nicolaos begraven in zijn eigen kerk in Myra. Hij werd bijgezet in een marmeren graftombe. Uit zijn gebeente stroomde olie. Dat is natuurlijk heel bijzonder. Daar kwam nog bij dat deze olie een geneeskrachtige werking had.
Toen zijn (overigens voortreffelijke) opvolger door ietwat al te ambitieuze ongeestelijke rivalen van de bisschopstroon werd gestoten hield het stromen van de olie op. De opvolger werd teruggeroepen en, ja u raadt het al, toen de opvolger weer in zijn ambt was hersteld begon de olie ook weer te stromen. 
 

Bari

In de loop van de volgende eeuwen vond in wat nu dus Turkije is de islamisering plaats. En dat ging niet zonder slag of stoot. Voor de geschiedkundigen: de strijd tussen de Byzantiërs en de Saracenen. In die strijd ging er nog wel eens een stad naar de Filistijnen, met kerk en al natuurlijk. In 808 had kalief Haroun-al-Rachid de verwoesting van Myra bevolen, maar de vloot die deze verwoesting op zijn naam wilde zetten ging zelf naar de haaien en verging in een storm. De hand van Nicolaos? Wie zal het zeggen? In Italië rijpte het plan om het gebeente van de dreigende verwoesting te redden en het naar Italië over te brengen.

Zeevaarders van Venetië en van Bari streden om de eer, maar Venetië had al een trekpleister: Sint Marcus was al uit Alexandrië naar de stad versleept (San Marco). Bari was de zetel van de Byzantijnse stadhouder en had dus redenen genoeg om het lijk van de Sint te willen herbergen. Zo koersten er in 1087 schepen uit Bari naar Myra. Vanwege de Saraceense dreiging was de bevolking van Myra de stad uit gevlucht. Alleen monniken waren er nog en die konden de Italiaanse zeelui niet tegenhouden. De witmarmeren grafkist zal vol olie. Het gebeente werd in zijden doeken overgebracht. Toen de inwoners van Myra er lucht van kregen waren ze in alle staten!
Ook in die tijd waren zeelieden geen heilige boontjes en een paar van die ondeugden presteerden het om een botje of kootje stiekem in hun eigen jaszak te laten glijden, en dat veroorzaakte natuurlijk storm: de schepen dreven af naar Patara. Het teken werd begrepen en er vond een onparlementair onderzoek plaats. Het resultaat was dat vijf zeelieden opbiechtten dat ze stukjes gebeente hadden gejat.
Verder verliep de reis voorspoedig en kwam het gezelschap in goede orde in Bari aan. Aartsbisschop Uros wilde Nicolaas in de kathedraal begraven, maar anderen, waaronder de zeelieden, wilden een eigen kerk voor Nicolaas bouwen.
Op 9 mei werd het gebeente in bewaring gegeven aan Elias die abt was van het Benedictijnenklooster. In Bari werd intussen een splinternieuwe basiliek gebouwd, de Sint-Nicolaasbasiliek. In 1089 overleed Uros en Elias volgde hem op. In datzelfde jaar werd de crypte van de basiliek ingewijd en Paus Urbanus II plaatste eigenhandig het gebeente onder het altaar. Hij riep 9 mei uit tot kerkelijke feestdag.

   

SpanjeIn Bari werd een paar jaar later een concilie georganiseerd door Urbanus II en Bari werd, zoals verwacht een bedevaartsoord van belang. Tot slot de link met Spanje: er wordt beweerd dat Bari (en omgeving) als Spaanse kolonie wordt beschouwd. Wie dat met enig gezag kan bevestigen of weerspreken zal door mij worden geloofd, want ik ben natuurlijk een goedgelovig mens en van geschiedenis heb ik niet zoveel kaas gegeten.
Maar wat waarschijnlijker is dan de verklaring van die kolonie: In de Nederlanden was het in de 16e en 17e eeuw spreekwoordelijk om van alles wat van ver kwam Spanje als plaats van herkomst te bestempelen. Een nogal ontluisterende verklaring, vind ik zelf. Maar Sinterklaas is er mij niet minder om, want hoewel zijn gebeente in Bari rust: Sinterklaas is niet dood, hij leeft!



Catégories


ninon22 |
C'est tout moi ! |
wamlea |
Unblog.fr | Créer un blog | Annuaire | Signaler un abus | chez moaaa
| Esprit desprogiens dérangé
| Le Blog Officiel du Soulard...